La recherche du mot je a 47 plusieurs résultats
FRFrançaisNLNéerlandais
je ik{n}
je(o)[pron. pers. - sujet] ik(o){n}[pron. pers. - sujet]
je 'k
NLNéerlandaisFRFrançais
je[algemeen] te[algemeen]
je(pronoun determiner)[subject pronoun: the person being addressed] tu(pronoun determiner)[subject pronoun: the person being addressed]
je[wederkerend vnw. - enk.] tu[wederkerend vnw. - enk.]
je[wederkerend voornaamwoord - mv.] tu[wederkerend voornaamwoord - mv.]
je[algemeen] toi[algemeen]
je(pronoun determiner)[object pronoun: the person being addressed] toi(pronoun determiner)[object pronoun: the person being addressed]
je[persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.] toi[persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.]
je[persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.] toi[persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.]
je[persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.] toi[persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.]
je[wederkerend vnw. - enk.] toi[wederkerend vnw. - enk.]
je[wederkerend voornaamwoord - mv.] toi[wederkerend voornaamwoord - mv.]
je[persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.] tu[persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.]
je[persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.] te[persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.]
je[persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.] te[persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.]
je[persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.] te[persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.]
je[wederkerend vnw. - enk.] te[wederkerend vnw. - enk.]
je[wederkerend voornaamwoord - mv.] te[wederkerend voornaamwoord - mv.]
je(pronoun)[belonging to you (singular; one owner)] vos(pronoun)[belonging to you (singular; one owner)]
je(pronoun)[belonging to you (singular; one owner)] votre(pronoun)[belonging to you (singular; one owner)]
je(pronoun determiner)[one] on(pronoun determiner)[one]
je(pronoun determiner)[one] se(pronoun determiner)[one]
je(pronoun determiner)[one] soi(pronoun determiner)[one]
je(pronoun determiner)[object pronoun: the group being addressed] vous(pronoun determiner)[object pronoun: the group being addressed]
je[bez. bijv. nw. - mv. - één pers.] ton{m}[bez. bijv. nw. - mv. - één pers.]
je[bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.] ton{m}[bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.]
je(pronoun conj)[possessive determiner] ton(pronoun conj){m}[possessive determiner]
je[bez. bijv. nw. - mv. - één pers.] ta[bez. bijv. nw. - mv. - één pers.]
je[bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.] ta[bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.]
je(pronoun conj)[possessive determiner] ta(pronoun conj)[possessive determiner]
je[bez. bijv. nw. - mv. - één pers.] tes[bez. bijv. nw. - mv. - één pers.]
je[bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.] tes[bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.]
je(pronoun conj)[possessive determiner] tes(pronoun conj)[possessive determiner]
je[algemeen] vous[algemeen]
je(pronoun)[belonging to you (singular; one owner)] ton(pronoun){m}[belonging to you (singular; one owner)]
je(pronoun determiner)[object pronoun: the person being addressed] vous(pronoun determiner)[object pronoun: the person being addressed]
je[persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.] vous[persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.]
je[persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.] vous[persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.]
je[persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.] vous[persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.]
je(pronoun determiner)[subject pronoun: the person being addressed] vous(pronoun determiner)[subject pronoun: the person being addressed]
je[wederkerend vnw. - enk.] vous[wederkerend vnw. - enk.]
je[wederkerend voornaamwoord - mv.] vous[wederkerend voornaamwoord - mv.]
je[algemeen] tu[algemeen]
je[persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.] tu[persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.]
je[persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.] tu[persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.]