La recherche du mot door het feit dat a 12 plusieurs résultats
NLNéerlandaisFRFrançais
door het feit dat[reden] comme[reden]
door het feit dat[reden] en raison de[reden]
door het feit dat[reden] par suite de[reden]
door het feit dat[reden] vu[reden]
door het feit dat[reden] à cause de[reden]

NLFRTraductions pour door

door(prep adv adj n)[indicates creator of a work] de(prep adv adj n)[indicates creator of a work]
door[reden] comme[reden]
door[algemeen] par suite de[algemeen]
door[bijwoord] par suite de[bijwoord]
door[deling] par suite de[deling]
door[middel] par suite de[middel]
door[reden] par suite de[reden]
door[tijd] par suite de[tijd]
door[algemeen] à cause de[algemeen]
door(adv prep conj adj)[as a result of] à cause de(adv prep conj adj)[as a result of]

NLFRTraductions pour het

het(n v abbr)[work, suffice] aller(n v abbr)[work, suffice]
het[persoonlijk vnw. - lijdend vw.] ce[persoonlijk vnw. - lijdend vw.]
het[persoonlijk vnw. - onderwerp] ce[persoonlijk vnw. - onderwerp]
het[persoonlijk vnw. - lijdend vw.] ça[persoonlijk vnw. - lijdend vw.]
het[persoonlijk vnw. - onderwerp] ça[persoonlijk vnw. - onderwerp]
het[persoonlijk vnw. - lijdend vw.] cela[persoonlijk vnw. - lijdend vw.]
het[persoonlijk vnw. - onderwerp] cela[persoonlijk vnw. - onderwerp]
het le
het(article adv)[article] le(article adv)[article]
het[bepaald lidwoord] le[bepaald lidwoord]

NLFRTraductions pour feit

feit[algemeen]{n} évidence{f}[algemeen]
feit[gegeven]{n} élément{m}[gegeven]
feit[algemeen]{n} fait{m}[algemeen]
feit(n)[an honest observation]{n} fait(n){m}[an honest observation]
feit(n)[an objective consensus on a fundamental reality]{n} fait(n){m}[an objective consensus on a fundamental reality]
feit[gegeven]{n} fait{m}[gegeven]
feit(n)[something actual]{n} fait(n){m}[something actual]
feit(n)[something concrete used as a basis for further interpretation]{n} fait(n){m}[something concrete used as a basis for further interpretation]
feit(n)[something which has become real]{n} fait(n){m}[something which has become real]
feit[gegeven]{n} donnée{f}[gegeven]

NLFRTraductions pour dat

dat(determiner pronoun n)[(''relative'') who, whom, what] que(determiner pronoun n)[(''relative'') who, whom, what]
dat[aanwijzend] que[aanwijzend]
dat[aanwijzend voornaamwoord] que[aanwijzend voornaamwoord]
dat[bettr. vnw. - onderwerp - enk.] que[bettr. vnw. - onderwerp - enk.]
dat[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.] que[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
dat(conj determiner pronoun adv)[connecting a noun clause] que(conj determiner pronoun adv)[connecting a noun clause]
dat[voegwoord] que[voegwoord]
dat(conj determiner pronoun adv)[which] que(conj determiner pronoun adv)[which]
dat ce
dat[aanwijzend] ce[aanwijzend]