La recherche du mot dat a 37 plusieurs résultats
NLNéerlandaisFRFrançais
dat[bettr. vnw. - onderwerp - enk.] cela[bettr. vnw. - onderwerp - enk.]
dat[aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk.] cette[aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk.]
dat(conj determiner pronoun adv)[what is being indicated] cette(conj determiner pronoun adv)[what is being indicated]
dat[aanwijzend] ça[aanwijzend]
dat[aanwijzend voornaamwoord] ça[aanwijzend voornaamwoord]
NLNéerlandaisFRFrançais
dat[bettr. vnw. - onderwerp - enk.] ça[bettr. vnw. - onderwerp - enk.]
dat[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.] ça[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
dat(conj determiner pronoun adv)[that thing] ça(conj determiner pronoun adv)[that thing]
dat[aanwijzend] cela[aanwijzend]
dat[aanwijzend voornaamwoord] cela[aanwijzend voornaamwoord]
dat[aanwijzend] que[aanwijzend]
dat[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.] cela[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
dat(conj determiner pronoun adv)[that thing] cela(conj determiner pronoun adv)[that thing]
dat(determiner pronoun n)[(''relative'') who, whom, what] qui(determiner pronoun n)[(''relative'') who, whom, what]
dat[aanwijzend] qui[aanwijzend]
dat[aanwijzend voornaamwoord] qui[aanwijzend voornaamwoord]
dat[bettr. vnw. - onderwerp - enk.] qui[bettr. vnw. - onderwerp - enk.]
dat[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.] qui[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
dat(conj determiner pronoun adv)[which] qui(conj determiner pronoun adv)[which]
dat[aanwijzend] ce[aanwijzend]
dat(determiner pronoun n)[(''relative'') who, whom, what] que(determiner pronoun n)[(''relative'') who, whom, what]
dat[aanwijzend voornaamwoord] que[aanwijzend voornaamwoord]
dat[bettr. vnw. - onderwerp - enk.] que[bettr. vnw. - onderwerp - enk.]
dat[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.] que[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
dat(conj determiner pronoun adv)[connecting a noun clause] que(conj determiner pronoun adv)[connecting a noun clause]
dat[voegwoord] que[voegwoord]
dat(conj determiner pronoun adv)[which] que(conj determiner pronoun adv)[which]
dat ce
dat[aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk.] ce[aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk.]
dat[aanwijzend voornaamwoord] ce[aanwijzend voornaamwoord]
dat[bettr. vnw. - onderwerp - enk.] ce[bettr. vnw. - onderwerp - enk.]
dat[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.] ce[bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
dat(conj determiner pronoun adv)[what is being indicated] ce(conj determiner pronoun adv)[what is being indicated]
dat[aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk.] cet[aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk.]
dat(conj determiner pronoun adv)[what is being indicated] cet(conj determiner pronoun adv)[what is being indicated]
dat cet
dat cette