La recherche du mot aantrekken a 44 plusieurs résultats
NLNéerlandaisFRFrançais
aantrekken[boeien]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
captiver[boeien]
  • aies captivé
  • aient captivé
  • captivent
  • captives
aantrekken[mensen]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
tenter[mensen]
  • aient tenté
  • aies tenté
  • tentes
  • tentent
aantrekken[verleiding]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
tenter[verleiding]
  • aient tenté
  • aies tenté
  • tentes
  • tentent
aantrekken[elektriciteit]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
entraîner[elektriciteit]
  • aient entraîné
  • aies entraîné
  • entraînes
  • entraînent
aantrekken[mensen]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
entraîner[mensen]
  • aient entraîné
  • aies entraîné
  • entraînes
  • entraînent
NLNéerlandaisFRFrançais
aantrekken[verleiding]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
entraîner[verleiding]
  • aient entraîné
  • aies entraîné
  • entraînes
  • entraînent
aantrekken[boeien]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
enfiler[boeien]
  • aient enfilé
  • aies enfilé
  • enfilent
  • enfiles
aantrekken[elektriciteit]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
enfiler[elektriciteit]
  • aient enfilé
  • aies enfilé
  • enfilent
  • enfiles
aantrekken[kleding]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
enfiler[kleding]
  • aient enfilé
  • aies enfilé
  • enfilent
  • enfiles
aantrekken[mensen]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
enfiler[mensen]
  • aient enfilé
  • aies enfilé
  • enfilent
  • enfiles
aantrekken(n v)[put on clothes]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
enfiler(n v)[put on clothes]
  • aient enfilé
  • aies enfilé
  • enfilent
  • enfiles
aantrekken[verleiding]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
séduire[verleiding]
  • aient séduit
  • aies séduit
  • séduises
  • séduisent
aantrekken[elektriciteit]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
captiver[elektriciteit]
  • aies captivé
  • aient captivé
  • captivent
  • captives
aantrekken[kleding]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
captiver[kleding]
  • aies captivé
  • aient captivé
  • captivent
  • captives
aantrekken[mensen]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
captiver[mensen]
  • aies captivé
  • aient captivé
  • captivent
  • captives
aantrekken[boeien]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
fasciner[boeien]
  • aies fasciné
  • aient fasciné
  • fascines
  • fascinent
aantrekken[elektriciteit]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
fasciner[elektriciteit]
  • aies fasciné
  • aient fasciné
  • fascines
  • fascinent
aantrekken[kleding]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
fasciner[kleding]
  • aies fasciné
  • aient fasciné
  • fascines
  • fascinent
aantrekken[mensen]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
fasciner[mensen]
  • aies fasciné
  • aient fasciné
  • fascines
  • fascinent
aantrekken(n v)[put on clothes]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
revêtir(n v)[put on clothes]
  • aient revêtu
  • aies revêtu
  • revêtent
  • revêtes
aantrekken(v)[To lure; to attract by arousing desire or hope.]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
appâter(v)[To lure; to attract by arousing desire or hope.]
  • aient appâté
  • aies appâté
  • appâtes
  • appâtent
aantrekken(n v)[to attract with bait]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
appâter(n v)[to attract with bait]
  • aient appâté
  • aies appâté
  • appâtes
  • appâtent
aantrekken[kleding]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
mettre[kleding]
  • aies mis
  • aient mis
  • mettes
  • mettent
aantrekken[elektriciteit]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
capter[elektriciteit]
  • aient capté
  • aies capté
  • captes
  • captent
aantrekken[kleding]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
capter[kleding]
  • aient capté
  • aies capté
  • captes
  • captent
aantrekken[mensen]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
capter[mensen]
  • aient capté
  • aies capté
  • captes
  • captent
aantrekken[spieren]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
tendre{m}[spieren]
  • aies tendu
  • aient tendu
  • tendes
  • tendent
aantrekken[boeien]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
habiller[boeien]
  • aies habillé
  • aient habillé
  • habilles
  • habillent
aantrekken[elektriciteit]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
habiller[elektriciteit]
  • aies habillé
  • aient habillé
  • habilles
  • habillent
aantrekken[kleding]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
habiller[kleding]
  • aies habillé
  • aient habillé
  • habilles
  • habillent
aantrekken[mensen]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
habiller[mensen]
  • aies habillé
  • aient habillé
  • habilles
  • habillent
aantrekken[boeien]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
mettre[boeien]
  • aies mis
  • aient mis
  • mettes
  • mettent
aantrekken[elektriciteit]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
mettre[elektriciteit]
  • aies mis
  • aient mis
  • mettes
  • mettent
aantrekken[boeien]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
capter[boeien]
  • aient capté
  • aies capté
  • captes
  • captent
aantrekken[mensen]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
mettre[mensen]
  • aies mis
  • aient mis
  • mettes
  • mettent
aantrekken(n v)[put on clothes]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
mettre(n v)[put on clothes]
  • aies mis
  • aient mis
  • mettes
  • mettent
aantrekken(v)[To lure; to attract by arousing desire or hope.]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
attirer(v)[To lure; to attract by arousing desire or hope.]
  • aient attiré
  • aies attiré
  • attires
  • attirent
aantrekken[boeien]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
attirer[boeien]
  • aient attiré
  • aies attiré
  • attires
  • attirent
aantrekken[elektriciteit]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
attirer[elektriciteit]
  • aient attiré
  • aies attiré
  • attires
  • attirent
aantrekken[kleding]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
attirer[kleding]
  • aient attiré
  • aies attiré
  • attires
  • attirent
aantrekken[mensen]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
attirer[mensen]
  • aient attiré
  • aies attiré
  • attires
  • attirent
aantrekken(v n)[to attract]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
attirer(v n)[to attract]
  • aient attiré
  • aies attiré
  • attires
  • attirent
aantrekken[verleiding]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
attirer[verleiding]
  • aient attiré
  • aies attiré
  • attires
  • attirent
aantrekken[mensen]
  • aangetrokken
  • trekt aan
  • trekken aan
  • trok aan
  • trokken aan
séduire[mensen]
  • aient séduit
  • aies séduit
  • séduises
  • séduisent

Néerlandais Français traductions

NLSynonymes pour aantrekkenFRTraductions
boeken[contracteren]boka
strikken[contracteren]binda
lokken[aanlokken]narra
trekken[aanlokken]ndra
strak trekken[spannen]dra åt
aanschieten[aandoen]dra på
zich bekommeren om[ter harte gaan]bekymra sig om